vervolg... pagina 3 van 4
Die nacht keren we naar de mysterieuze heuvel terug, dit keer met zijn vieren. We hebben de vriend opgepikt die de abseil-uitrusting in zijn bezit heeft. Uitgerust met zaklampen beklimmen we in de stortende regen nogmaals Silbury Hill. Onze vrienden dalen langzaam af in het gat, waar ze de wanden en de bodem grondig bekijken en de nodige metingen verrichten.
De zijtunnel is volledig verdwenen. Waarschijnlijk is het opgevuld met kalksteen die door de erosie uit de wanden naar beneden is gevallen. Het gat is nu 22 ft. diep aan de ene kant en 16,5 ft. aan de andere kant, hetgeen een schuin aflopende bodem oplevert. De bodem is bovendien niet langer rond maar eivormig: 9 bij 15,5 ft. De mannen voelen zich wederom opmerkelijk veilig en beschermd. Ik neem veel foto's, hangend over de rand van het gat en genietend van een uniek en spectaculair uitzicht.
Het feit dat het gat eerst 33 ft. diep was en na de tweede instorting 22 ft., is voor sommigen van groot belang. Eén van hen is de Britse graancirkelonderzoeker Michael Glickman, die zich bij zijn onderzoek voornamelijk richt op getallen en verhoudingen. Voor hem zijn de getallen 33 en 22 zeker geen toeval. Hij ontdekte een aantal jaar geleden in het patroon van de graancirkels een verwijzing naar de zogenaamde 'Master Sequence'. (Dit zijn de dubbele getallen 11, 22, 33, 44, 55, etc.)
Sceptici zullen opmerken dat dit slechts Engelse feet betreft en dat het plaatje voor Nederlandse afmetingen niet opgaat. Op zich is dit waar, maar het is ook bekend dat bovennatuurlijke manifestaties zich aanpassen aan het land en de cultuur waar zij zich manifesteren. Dit betekent dat de afmetingen van het gat in Silbury Hill anders zouden zijn geweest als Silbury bijvoorbeeld in Nederland had gestaan: wellicht 22 en 11 meter...
Hoe het ook zij, zodra wij in Nederland zijn teruggekeerd laten we onze foto's ontwikkelen. Een ieder kan zich onze verbazing en verrukking voorstellen wanneer we de foto's terugkrijgen en zien dat op 8 van de 36 foto's vreemde lichtjes te zien zijn. Op één foto staan wel 20 lichtjes, variërend in kleur, net boven onze vrienden die de lichtjes overigens nooit hebben opgemerkt. Onze vakfotograaf, die aanwezig is als wij onze foto's in zijn winkel uitpakken en bekijken, onderzoekt direct de negatieven. Hij bevestigt wat wij vermoeden: het betreft geen vuiltjes op de lens, geen fout in het ontwikkelproces, geen vals licht, geen reflectie, geen insecten en geen regendruppels. Het is volgens hem een raadsel wat we hebben gefotografeerd...