ANOMALIEËN

Vreemde substanties

aantal pagina's: 4

In 1996 werd wit poeder gevonden in een graancirkel bij Zutphen.


EDS (Electron Dispersive Spectroscopy) liet zien dat dit poeder een soda-lime-silica verbinding was, die erg leek op dat van gewoon glas (silicium dioxide: SiO2). Het poeder bestond uit kleine bolletjes waarvan er sommige aan elkaar vast waren gesmolten: een indicatie van intense hitte. Er werden striae aangetroffen op de bolletjes: eveneens een indicatie van hitte. Bij hitte moet men denken aan temperaturen van boven de 3000 graden!


In 1997 werden grote hoeveelheden van een vreemde, witte, sponsachtige substantie aangetroffen in een graancirkel bij Brummen (NL).


Labanalyse toonde aan dat het hier een co-polymeer betrof van styreen en butyl-acrylaat, met als hoofdbestanddeel koolstof. In een lab kan deze stof gefrabiceerd worden en gebruikt als bijvoorbeeld coating. Maar de vorm waarin dit co-polymeer in de graancirkel werd aangetroffen, was de onderzoekers onbekend. Men concludeerde dat er waarschijnlijk zeer hoge temperaturen of energie mee gemoeid was geweest om tot deze vorm te komen.

Het stukje dat ik thuis heb blijft groeien, dwz er blijven zich nieuwe kristallen ontwikkelen op het stukje 'spons'. Hoe dit mogelijk is, is mij onbekend... (Op onderstaande foto zijn de nieuwe, witte kristallen aan de rechterkant goed te zien).


Brummen, 1997